De Taal van de Filmmaker – Vakjargon deel 1

Storyboard, pan, tilt, rijder, motion graphic, postproductie…… De meeste vakgebieden zijn doorspekt met jargon. Dat is helemaal niet erg: jargon maakt het communiceren tussen vakidioten een heel stuk efficiënter. Er zit echter één maar aan: niet iedereen spreekt jouw jargon of het mijne. Inderdaad, ook filmmakers hebben in de loop van iets meer dan een eeuw een eigen dialect ontwikkeld. Tijdens gesprekken met een opdrachtgever kan het gebeuren dat de vaktermen meer vraagtekens oproepen dan dat ze iets duidelijk maken.

Voor al die opdrachtgevers, die graag een boeiende en mooie film willen laten maken, maar de draad kwijtraken tijdens een bespreking als de eerste plannen besproken worden: hier is een kleine woordenlijst, die de communicatie hopelijk een heel stuk vergemakkelijkt.

Concept:
Een concept is eigenlijk het uitgangspunt voor een film/foto/schilderij, etc. Het zegt wat je wilt vertellen en hoe.
Bijvoorbeeld: We laten zien wat het voordeel van product A is, door het gebruik in allerdaagse situaties te laten zien. En door enthousiaste gebruikers aan het woord te laten. De sfeer is heel zomers en helder. (Ik geef toe, dit klinkt een beetje Tell-Sell-achtig 😉 )

Scenario:
Het scenario is het uitgeschreven verhaal in beeld en tekst. Vaak wordt er een concept als uitgangspunt gebruikt om het scenario te schrijven. In het scenario staat dus wat we zien en horen. Bijvoorbeeld:

Buiten:

Het kantoorpand. Close up van het logo.
Jan de Grotebaas:

“Ik ben Jan de Grotebaas, directeur bij Supercool BV en wij maken superproducten waardoor je supercool door het leven kan.”

Hij heeft Superproducten A en B in zijn handen en laat ze zien.

Binnen:

Overzicht van het kantoor. Iedereen is druk aan het werk. Een telefoon gaat.

Shotlist:
Letterlijk betekent het ‘beeldlijst’. En dat is het ook. Het is in feite niets meer of minder dan een lijstje met shots die gedraaid moeten worden. Meestal wordt een shotlist aan de hand van een scenario bepaald. Een shotlist kan er zo uitzien:

Totaal exterieur kantoorpand
Close-up logo zoom uit naar totaal met Jan in beeld
Totaal overzicht kantoor.
Mediumshots van medewerkers
Close ups van medewerkers
Detailshots van muis, toetsenbord, koffiemok en telefoon
Een bedrijfsauto rijdt over straat.

Storyboard:
Een storyboard is een visuele weergave van het scenario. Eigenlijk is het de film in stripvorm, waarbij elke tekening een ander shot voorstelt. Soms is een shotlist niet genoeg om goed te communiceren wat het plan is voor de opnames. Zeker als de visuele stijl heel bepalend is, of als de scenes zorgvuldig gepland moeten worden (zoals bij speelfilms) zijn storyboards een belangrijk gereedschap in het proces van het filmmaken.
Zie ook: Anatomie van een storyboard

Moodboard:
Een moodboard laat juist niet het verhaal zien, maar de sfeer die het uit zou moeten stralen. Een moodboard wordt vaak gebruikt bij commercials of projecten waarbij de art-direction en styling heel belangrijk zijn. Vaak worden voorbeeld afbeeldingen verzameld die de gewenste sfeer of emotie uitstralen. Een kleurenpalet wordt er ook vaak aan toegevoegd.

Draaidag:
Dit is de term voor een dag waarop filmopnames plaatsvinden. Een filmdag. Het draaien verwijst naar de eerste filmcamera’s, waar de cameraman (m/v) zelf een aan een slinger moest draaien om de film door het toestel te transporteren. Tijdens een potje ‘Hints’ wordt een film vaak nog altijd op deze manier verbeeld: 1 hand vormt de lens waardoor gekeken wordt, de andere hand maakt draaiende bewegingen.

oude filmcamera

oude filmcamera

Pre-productie:
Dit is het proces voordat de opnames beginnen: de planning, het ontwikkelen van een concept, het schrijven van een scenario, maar bepalen wat er nodig is aan aparatuur, lokaties en personeel voor de opnames.

Postproduction:
Zoals het Latijnse woord ‘post‘ al zegt: dit is het laatste deel van proces. De opnames zijn voorbij en nu wordt alles in de juiste volgorde samengevoegd in de montage. Eventueel wordt er muziek of een voice-over aan toegevoegd. Het geluid wordt gemixt, zodat alles verstaanbaar is en het juiste volume heeft. En als finishing touch wordt de kleurcorrectie uitgevoerd.

Voice-over:
Dit is de ‘stem die over het beeld loopt’; een vertellende stem van een onzichtbare verteller, zoals we die bijvoorbeeld horen in natuurdocumentaires op Discovery of National Geographic. Soms is in een ander deel van een film de spreker wel te zien en wordt zijn of haar verhaal in de rest van de film met beeld ondersteund. In veel gevallen wordt een voice-over ingesproken door professionele stemacteurs. Maar soms betreft het de stem van een geïnterviewd persoon. Bij journaals verzorgen nieuwslezers vaak live de tekst bij het beeld als er niets door de journalisten zelf is ingesproken.

Kleurcorrectie:
Hoewel de term doet vermoeden dat het alleen gaat om ‘foute kleuren rechtbreien’, gaat het om het optimaliseren van het beeld. De helderheid, kleur en het contrast tussen verschillende shots wordt op elkaar afgestemd en vervolgens wordt de juiste sfeer aan het beeld gegeven. Vergelijk bijvoorbeeld CSI Miami, Saving Private Ryan en het journaal met elkaar. Het journaal gebruikt realistische, natuurlijke kleuren: het is immers nieuws. Saving Private Ryan heeft fletse kleuren en een hard contrast; dit past goed bij het verhaal en het tijdperk (Tweede Wereldoorlog). CSI Miami heeft extreem sprankelende, zomerse kleuren. Dit soort effecten worden voor een groot deel bereikt tijdens de kleurcorrectie of colorgrading zoals dat in het Engels heet.

still uit Saving Private Ryan

still uit Saving Private Ryan


still uit CSI Miami

still uit CSI Miami

En dit is nog maar een eerste greep uit het filmmakersjargon…

Advertenties

About this entry